Spelen

PUNTENTELLING · EXAMEN B

Eén zware fout,
vijf punten verloren.

De zwaardere puntenaftrek geldt voor fouten over de gevaarlijkste gedragingen.

Welke fout kost vijf punten?

Een verkeerd antwoord over een overtreding van de derde of vierde graad, en een vraag over het overschrijden van de maximaal toegelaten snelheid. Twee zulke fouten brengen je onder de slaaggrens van 41/50.

“Zware fout” en “zware overtreding”

“Zware fout” is de gangbare benaming voor de examenstraf. Juridisch gaat het om vragen over overtredingen van de derde of vierde graad en snelheidsovertredingen. Een gewone fout kost één punt; een fout uit deze groep vijf.

Je start met vijftig punten en moet er minstens 41 overhouden. Na één fout van vijf punten kun je dus nog maximaal vier gewone fouten maken.

Welke gedragingen moet je extra goed kennen?

Gewestelijke overheden noemen onder meer door rood rijden, een witte doorlopende streep overschrijden, een verboden richting inrijden, keren op de autosnelweg, ’s nachts zonder verplichte verlichting rijden of een bevel van een bevoegd persoon negeren.

Deze lijst is didactisch en niet volledig. De wettelijke indeling van de overtreding en het precieze onderwerp van de vraag bepalen de puntenaftrek.

Hoe oefen je zware fouten?

  1. Groepeer situaties rond snelheid, lichten, overwegen, autosnelweg en bevelen.
  2. Bekijk vóór je antwoordt alle aanwijzingen: bord, markering, weggebruiker en richting.
  3. Leer niet alleen een afbeelding uit het hoofd; verwoord de regel opnieuw.
  4. Zoek na elke fout de bron op en speel een variant.

Bronnen: Wallonië ↗ · Brussel ↗ · Vlaanderen ↗