BELGISCHE WEGCODE · ARTIKEL 3
Artikel 3 · Bevoegde personen
Artikel 3 van de Belgische wegcode: Bevoegde personen. Bekijk de gecoördineerde tekst, het thema en de officiële bronnen.
Tekst van het artikel
De personen bevoegd om toezicht uit te oefenen op de naleving van de wetten betreffende de politie over het wegverkeer en de ter uitvoering daarvan genomen reglementen, zijn : 1° het personeel van het operationele kader van de federale en de lokale politie; 1°/1 het personeel van het administratieve en logistieke kader van de federale en lokale politie voor wat de vaststellingen die gesteund zijn op materiële bewijsmiddelen die door bemande of onbemande automatisch werkende toestellen worden opgeleverd, betreft.
2° de ambtenaren en beambten van het Bestuur van het Vervoer te Land, van het Bestuur van de Verkeersreglementering en van de Infrastructuur, die met een mandaat van gerechtelijke politie belast zijn; 3° de ambtenaren en de beambten van de Regie der Luchtwegen, die met een mandaat van gerechtelijke politie belast zijn, binnen de grenzen van de luchthavens en van hun aanhorigheden; 4° (Brussels Hoofdstedelijk Gewest en Waals Gewest) de ingenieurs en conducteurs van Bruggen en Wegen en andere voor het toezicht op de openbare weg aangestelde beambten; 4° (Vlaams Gewest) de voor het toezicht op de openbare weg aangestelde personeelsleden, de wegeninspecteurs, vermeld in artikel 16 van het decreet van 3 mei 2013 betreffende de bescherming van de verkeersinfrastructuur in geval van bijzonder wegtransport , en personeelsleden die de Vlaamse minister, bevoegd voor het mobiliteitsbeleid, de openbare werken en het vervoer, en het verkeersveiligheidsbeleid, aanwijst; 5° de veldwachters, bedoeld in artikel 61 van het Veldwetboek, aangesteld door de deputaties van de provincieraden, binnen de grenzen van hun territoriale bevoegdheid; 6° het personeel aangesteld voor het bewaken en het bedienen van de in de openbare weg liggende bruggen, voor wat het verkeer op die bruggen en in de nabijheid ervan betreft; 7° het douanepersoneel bij de uitoefening van zijn dienst; 8° de officieren en agenten van de politie der spoorwegen, binnen de perken van hun territoriale bevoegdheid; 9° de conducteurs, controleurs en opzichters van de Algemene Dienst der Militaire Gebouwen, voor wat het gebruik van de militaire wegen betreft; 10° de eerstaanwezende ingenieurs-hoofden van dienst, de rijksingenieurs van Waters en Bossen, de brigadechefs en technische beambten van het Bestuur van Waters en Bossen, voor wat het verkeer op de boswegen van de Staat betreft; 11° het personeel van de Belgische militaire politie bij de uitoefening van zijn dienst, uitsluitend inzake de toepassing van artikel 4.
1 tot 4. 3; 12° het personeel van de maatschappijen voor gemeenschappelijk vervoer bij de uitoefening van zijn dienst, belast met een mandaat van gerechtelijke politie en uitsluitend inzake de toepassing van de artikelen 5 en de verkeersborden C5 met onderbord "Uitgezonderd 2+" of "3+", F17 en F18, 72. 5 en 72. 6, 25. 1. 2° en 6°, 62ter alsook 77. 8. [C5] [F17] F17 [F18] F18 [signal routier] of [signal routier] 13° de interveniërende leden van de openbare brandweerdiensten en van de diensten van de civiele bescherming op de plaats van de interventie, uitsluitend inzake de toepassing van artikel 4 en voor zover het in punt 1° bedoelde personeel niet op de plaats van de interventie aanwezig is.
14° (enkel Brussels Hoofdstedelijk Gewest) De ambtenaren en personeelsleden aangesteld door de Brusselse Hoofdstedelijke Regering in het exclusieve kader van de bevoegdheden van het Gewest bedoeld in dit besluit.
15° (enkel Brussels Hoofdstedelijk Gewest) de havenkapiteins en adjunct-havenkapiteins en de haveninspecteurs, als bedoeld in de wet van 5 mei 1936 tot vaststelling van het statuut der havenkapiteins, evenals de leidend ambtenaar, de adjunct-leidend ambtenaar of de ambtenaar van niveau A die daartoe is aangesteld door de raad van bestuur van de publiekrechtelijke Gewestelijke Vennootschap van de Haven van Brussel als bedoeld in de ordonnantie van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 3 december 1992 betreffende de exploitatie en de ontwikkeling van het kanaal, de haven, de voorhaven, en de aanhorigheden ervan in het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest, en dit in het exclusieve kader van de controles die worden verricht op de openbare weg van het havendomein, als afgebakend door de bijlagen 2 en 3 bedoeld in artikel 1, tweede lid, van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Executieve van 27 mei 1993 houdende bepaling van het bestek waaraan de Haven van Brussel is onderworpen.
BELGISCHE WEGCODE